Sinds de beroepsgroepen van Oefentherapie Mensendieck en Oefentherapie Cesar samen gegaan zijn spreken we van Oefentherapie Cesar/Mensendieck, wat vaak wordt afgekort naar “oefentherapie” of “oefentherapeuten”. In de volksmond verstaan we onder “oefentherapie” simpel gezien het doen van oefeningen. Als paramedisch interventie wordt oefentherapie gericht op een gezond bewegingsapparaat. Deze interventie wordt ingezet door zowel Oefentherapeuten (Cesar/Mensendieck) als fysiotherapeuten, ergotherapeuten, podotherapeuten en logopedisten.

De oefentherapeut past oefentherapie toe gericht op het aanleren van een gezonde houding en beweeggedrag1. Dit wordt geoefend op activiteiten-/ en participatieniveau. Dat wil zeggen dat we kiezen voor oefeningen die functioneel zijn voor het individu in zijn/haar context en dagelijkse activiteiten om daar weer zo goed mogelijk aan deel te kunnen nemen. De oefening lokt een gezonde beweging uit, lijkend op een beweging in het dagelijks leven, die vervolgens toepasbaar is in de context. Het therapeutisch handelen bestaat vervolgens uit de toepassing van theorieën over motorisch leren, impliciet leren, intrinsieke/ extrinsieke motivatie en gedragsverandering om een blijvende verandering teweeg te brengen.2

Bronnen:

  1. Overtuigende en onderscheidende oefentherapeutische termiologie – Beweegreden november 2017
  2. Wat typeert oefentherapie – Beweegreden november 2017